• English 
  • Français 
  • Neerlandais 
  • Espagnol 
  • Allemand 
  • Italien 

Duurzaam gebied

Van sinds haar oprichting, in 1969, legt de stedelijke gemeenschap van Duinkerke de nadruk op een culturele samenwerking tussen de actoren van het gebied en op een trotse en solidaire bevolking om welzijn en solidariteit te verenen met industriële en havenontwikkeling.

 Het dichtgaan van scheepsbouw aan het einde van de jaren 80 confronteert haar aan een essentiële economische schok, waarvan de ernstige gevolgen heel diep in de sociale en stedelijke structuur ondervonden worden. Ze neemt de gelegenheid vast om een heldere en duurzame toekomst te bouwen: ze maakt de keuze om zijn industriële roeping te handhaven samengaande met een sterke verplichting naar de weg van de duurzame ontwikkeling. Deze wordt een hefboom van attractiviteit van het gebied.

Door het ondertekenen in 1996 van het Handvest van Aalborg van de duurzame steden, moedigt de stedelijke gemeenschap een langtermijn dynamiek aan, die de versterking van de financiële middelen – dankzij de economische groei – en de uitbreiding van het terrein van haar bevoegdheden zullen veroorloven om zich naar de innovatie te richten.

De stedelijke gemeenschap, ontvangt dat jaar de 1ste Europese prijs van Duurzame Steden, een beloning voor de inspanningen al lang ondernomen: eerste Franse stedelijke gemeenschap die de selectieve inzameling op het been bracht (1989), ook de eerste om zich te uitrusten met een netwerk voor het toezicht van de luchtkwaliteit (1976), en ook, om (in die tijd) de krachtigste windmolencentrale te ontvangen (1996)…

De stedelijke gemeenschap van Duinkerke werkt tegelijkertijd aan een schema van industriële omgeving (SEI), onderhandeld met de ondernemingen. Een permanent secretariaat voor de industriële vervuiling (SPPPI) wordt in 1990 opgericht, een piloot poging van industriële ecologie is eveneens geleid sinds begin van de jaren 2000.

De sociale en lokale democratische velden worden geïnvesteerd, door de stedelijke herschepping (vanaf 1977), en de deelname van de inwoners aan inrichtingprojecten.

De Raad voor Duurzame Ontwikkeling, die de vertegenwoordigers van de burgerlijke maatschappij bevat, organiseert het debat rond de grote inzetten van het gebied. Geleidelijk aan, wordt de duurzame ontwikkeling de leidingdraad van de ingreep van de stedelijke gemeenschap. De uitbreiding van haar bevoegdhedenveld heeft haar een rol van architect die ze in dat vooruitzicht invult: elk strategisch document wordt voortaan gearticuleerd rond de duurzame ontwikkeling, en een gedeelde visie van de duurzame en solidaire ontwikkeling wordt gebouwd met de gemeenten, de partners en de inwoners.

De stedelijke gemeenschap wil van de zee een troef maken en vestigt haar hoop op: de haven en toerismeactiviteiten, de energie en propere verkeersmiddelen, interculturele ontmoetingen…Ambassadrice van de duurzame industriële - haven ontwikkeling, de stedelijke gemeenschap van Duinkerke wed ook op de innovatie, de milieueis en de diversificatie van haar ondernemingssamenstelling om de windrichting te houden en de kaap van de wereldeconomie te volgen. Haar grensoverschrijdende ligging dient aan dit doel.

In een context van competitiedrift tussen gebieden, versterkt de stedelijke gemeenschap zelfs haar aantrekkelijkheid om naar het ontluiken van elk individu te streven: de stedelijke en culturele politiek is op dienst van de sociale cohesie, de creativiteit wordt gestimuleerd, en de menselijke activiteiten moeten evenwichtig met hun natuurlijk milieu ingelast worden.

Uiteindelijk, voor de stedelijke gemeenschap van Duinkerke, de keuze doen van duurzame ontwikkeling, bestaat uit het plaatsen van de mens en zijn omgeving in het hart van de projecten, maar ook zich stroomopwaarts van elke beslissing, de vraag stellen over de effecten op kort, midden en lang termijn voor haar grondgebied en voor gehele planeet. Door het ondertekenen van de Verbintenissen van Aalborg in 2009, wint de stedelijke gemeenschap van Duinkerke terrein naar een horizon of levenskwaliteit, economisch dynamisme en milieubehoud blijven het kernidee.